Toen iemand in de collegezaal vroeg: “Meneer, uit hoeveel woorden moet onze schrijfopdracht bestaan?” Antwoordde hij: “Denk je dat ze tegen Mozart zeiden: ‘Maak maar een stuk van 657 muzieknoten, dan is het goed!”. Gebruik het aantal woorden dat jij nodig hebt om te zeggen wat je wilt zeggen.

‘Hij’ in dit stuk is professor Renkema. Mijn favoriete docent op de Uni. Dit gesprek vond bijna tien jaar geleden plaats, maar is nog steeds van toepassing. Er bestaan geen ‘vaste’ regels als het gaat om de perfecte lengte van een tekst. Natuurlijk is het belangrijk dat je de tekstlengte aanpast aan je genre. Een memo van drie kantjes is geen memo meer. En een boek van één bladzijde geen boek. Maar binnen die kaders is er veel speelruimte. Een muziekstuk van Mozart kan dertig minuten duren, zonder dat de melodie je één seconde verveelt. Daarnaast zijn er ook klassieke stukken die maar één minuut duren en daarin een compleet (en afgerond) verhaal vertellen.

Match!
Kortom: kies een lengte die past bij de inhoud. Stem je teksttype af op de boodschap die jij wilt verkondigen. Voor een concert zet je stoelen neer, zorg je voor een boekje met informatie en een drankje in de pauze. Gaat het om een kort optreden in de hal van het station? Dan zorg je voor een plek waar je muziek goed tot uiting komt, waar mensen de ruimte hebben om te staan en een bakje waarin zij geld kunnen doneren. Richt jouw tekst zo in dat het past bij de inhoud, bij de lezer en bij het genre. Hoe lang het vervolgens is? Dat is aan jou!

Stijldimensies
Nu kun je je gaan richten op de daadwerkelijke inhoud. Wat ga je schrijven en hoe ga je dat doen? Want of je nu kiest voor een korte, krachtige tekst of een verdiepende uiteenzetting: je wilt je lezer boeien en geboeid houden. Bevorder het leesplezier en het leesgemak. Negatieve feedback op een tekst is volgens de Schrijfwijzer van dr. Renkema vaak te herleiden tot kritiek op een van de volgende vier stijldimensies: begrijpelijkheid, nauwkeurigheid, bondigheid en aantrekkelijkheid. Daarover volgende week meer!


Deze blog is onderdeel van een kleine ode aan mijn favoriete docent op de ‘Uni’: Jan Renkema. Volgende week: deel 2 van ‘Hoe bevorder je leesgemak’. Wil je eerdere blogs teruglezen? Bekijk dan hier het archief!