Want door die gebroken arm, kon ze niet meer achter haar rollator lopen.

Ze kwam in een rolstoel terecht die ze, vanwege haar gebroken arm, niet zelf kon voortbewegen. Er kwam onderliggend leed naar boven. Ze woonde, ondanks haar hoge leeftijd, nog steeds op zichzelf. Daar was ze trots op. Het was ook wat de regering voor ogen had: zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Maar daardoor zag bijna niemand hoe snel ze achteruit ging.

Voor de buitenwereld ging het prima.

Maar als de deur in het slot viel, gebeurden er soms rare dingen. Ze raakte in de war. Legde spullen op de verkeerde plek terug. Wist ineens niet meer hoe ze moest koken. Dwaalde ’s nachts door het huis. Maar kwam er bezoek, dan stond de koffie klaar. Met koekjes. Én dropjes. Toen de huisarts wilde testen ‘hoe het ervoor stond’ en ze van hem een zin op moest schrijven (om te kijken hoe het met haar cognitieve vermogen gesteld was), noteerde ze ‘Hoe ouder hoe beter’ en voegde daar een vette knipoog aan toe.

En toen die val.

En de snelle achteruitgang die volgde. Ze lag dagenlang in een eerstelijnsbed. Veel langer dan de zorgverzekeraar had beraamd. Maar ja, het herstelproces van een 90+-jarige is nu eenmaal heel anders dan een 25-jarige. En ze is niet de enige op de afdeling. Het ligt vol met ouderen met complexe breuken en een even complex ziektebeeld. “Door de toename van de ligduur krijgen wij van de zorgverzekeraar minder budget én een afname van eerstelijnsbedden, terwijl de vraag stijgt,” legt de medewerker van de zorginstelling uit. “We hebben hierdoor veel discussies aan de voordeur: reparatie in de relatie met zowel de cliënt, mantelzorger als huisarts is nodig. Hierdoor staan we al met 1-0 achter, nog voordat de zorg begint.”

Het is een veel voorkomend probleem:

wensen, belangen en verwachtingen van verschillende organisaties liggen niet op één lijn. De regering verwacht dat mensen langer thuis blijven wonen. De zorgverzekeraar wil dat eerstelijnsbedden zo kort mogelijk bezet zijn. De zorgorganisatie krijgt de complexe zorg voor de cliënt of patiënt amper geregeld door een gebrek aan medewerkers en een woud aan wensen, verwachtingen en gemixte belangen.

Niet gek dus,

dat steeds meer organisaties op zoek gaan naar gezamenlijke oplossingen. Coalities, verbonden, samenwerkingen. ‘Alle neuzen dezelfde kant op’. Maar elke neus blijft aan z’n eigen hoofd zitten. En dat hoofd, dat zit vol wensen, belangen en verwachtingen. Want ook in zo’n coalitie, verbond of samenwerking blijft elke betrokken organisatie vaak redeneren vanuit het eigen standpunt. Logisch, maar niet bevorderlijk voor het gezamenlijke doel. En vaak érg verwarrend voor de doelgroep.

Want hoe spreek je de cliënt of klant aan?

Op welke manier benader je betrokken overheidsinstanties? Hoe communiceer je onderling? Wie neemt de leiding? Vanuit wie communiceer je met derden? Hoe houd je jullie gezamenlijke doel in het oog?

Hoe pakt jouw zorgorganisatie dit aan? Waar lopen jullie tegenaan? Ik ga er graag met je over in gesprek. Geef je op voor een gratis sparsessie (via info@moorcommunicatie.nl of het formulier op mijn contactpagina).

 

Tip:  Wil je meer lezen over dit (en andere zorggerelateerde) onderwerpen? Meld je dan hieronder aan voor mijn nieuwsbrief.