Mijn brugklasjaar was niet bepaald een ‘succesnummer’. Het was eerder zo’n oorwurm van James Blunt. Of een nummer van Taylor Swift. Je hoopt gewoon dat het zo snel mogelijk voorbij is. Ik was een basisschoolliefhebber en zag de middelbare school gewoonweg niet zitten. Al die pubers. Al die rare puberverwachtingen (lage broeken, Breezers, ‘hangen in de pauze’). Ik zag mezelf er gewoon niet tussen zitten. In de omgeving waren enkele middelbare scholen en ik koos mijn school uiteindelijk op het advies van mijn vader ‘omdat ie zo lekker in het groen lag’.*

(*Note to myself: dat blijkt niét de beste reden te zijn om een school te kiezen). 

Na een jaar aanmeukelen besloot ik van school te wisselen. Ik ging met mijn moeder op gesprek bij een andere school. De decaan twijfelde. Hij zei het niet, maar ik zag het. Mijn moeder zag het ook en noemde het beestje bij de naam: “Waarom zou Maartje hier niet naar school kunnen gaan?”. De decaan sprak de magische woorden: “Tja, ik wil niet weer zo’n probleemgeval op school.”

Mensen die mij kennen moeten nu waarschijnlijk een beetje lachen. Ik heb een duidelijk eigen pad en bijbehorende mening, maar ben (naar eigen zeggen) verre van een probleemgeval. Wat is dat eigenlijk een ‘probleemgeval’? Volgens mij valt geen enkele puber in die categorie.

Onder de indruk
Inmiddels zijn we heel wat jaren verder, maar de woorden van de decaan hebben blijkbaar indruk gemaakt. Want ik weet ze nog. Zo’n simpel zinnetje. Slechts enkele woorden.

Gelukkig heb ik niet geleden onder die uitspraak. Ik heb de decaan het tegendeel bewezen, voelde me prima op die middelbare school en kwam écht lekker op dreef toen ik in de 4e klas naar het VWO ging.

Maar stel je voor dat ik wat minder sterk in mijn schoenen stond. Dat ik wisselde van school en me onzeker, klein en nietig voelde. Dan hadden zijn woorden een enórme impact gehad. En waarschijnlijk ook een uitwerking van hetzelfde formaat.

Scheve verhoudingen
Wanneer de verhoudingen scheef zijn (leraar/leerling, oud/jong, arts/patiënt) is je woordkeuze van nóg groter belang dan normaal. Natuurlijk streven we anno 2022 naar zo min mogelijk scheve verhoudingen, maar in sommige situaties is deze ongelijkheid onvermijdelijk. Tijdens een gesprek in de spreekkamer van een arts bijvoorbeeld. De arts weet op dat moment namelijk gewoonweg meer van de feitelijke medische situatie waarin de patiënt zich bevindt dan de patiënt zelf. Je kunt als patiënt het gevoel hebben dat jouw lot in de handen van de arts ligt. Op zulke momenten is communicatie letterlijk van levensbelang. ‘Verkeerde’ communicatie kan onherstelbare schade aanrichten.

Schadelijke communicatie
Psychologen Janine Westendorp en Liesbeth van Vliet onderzochten wat ernstig zieke patiënten als schadelijke communicatie kunnen ervaren. Ze publiceerden hun ervaringen én maakten er een overzichtelijke poster van voor in de spreekkamer. 

Op de poster tonen ze onderwerpen (bijv: ‘Vage beloftes doen’) met schadelijke voorbeelden (‘Ik zal u bellen’) een helpende voorbeelden (“Ik zal u morgen tussen 4 en 5 bellen zodra ik het heb besproken met het team. Als ik niet bel, mag u mij na die tijd bellen.”). Ook gaan ze in op zaken als:

  • Complimenten geven die geen ruimte geven om het hier niet mee eens te zijn (Bijv: ‘Wat ziet u er goed uit!’ terwijl iemand zich niet zo voelt).
  • Patiënten niet betrekken in beslissingen over behandelingen (“U moet binnen bepaalde tijd starten met chemo.” Vs ““Er is de keuze tussen chemotherapie en … De voor- en nadelen zijn … Ik ben erg benieuwd hoe u hier zelf over denkt. Natuurlijk is er tijd om hier over na te denken.”
  • De patiënt niet zien als persoon. (“De tumor lijkt niet te groeien dus het gaat goed, fijn. We gaan dus door met de behandeling.” Vs. “De tumor lijkt niet te groeien, dat is fijn. Maar hoe gaat het met u? Heeft u klachten?”)

Communicatie waarbij het draait om de mens en zijn/haar gevoel en ervaringen. Een welkome verademing voor veel patiënten. En de poster hierboven vormt een handig geheugensteuntje voor de arts.

Laten we samen patiëntcommunicatie (wat een naar woord eigenlijk) wat menselijker maken. Hoe was het geweest als de decaan tegen mij had gezegd: “Wat fijn dat je interesse hebt in onze school. Ik begreep van je moeder dat het afgelopen jaar niet makkelijk voor je is geweest. Wat zoek je in onze school zodat komend jaar prettiger voor je wordt? Dan kan ik kijken of we je dat kunnen bieden.”

Vind jij…

…het ook lastig dat jouw project draait om een systeem, innovatie of methode terwijl het uiteindelijk ménsen zijn die ermee werken? Hoe bereik je deze mensen? Hoe informeer en enthousiasmeer jij ze? Hoe laat je jouw doelgroep zien dat het om hén draait? Dat zij centraal staan en de spil vormen van jouw project? Tijdens een strategiedag duiken we in jouw project en doelgroep. Je krijgt in één dag goed zicht op jouw communicatiekansen. Benieuwd? Boek een gratis advies gesprek en ik vertel je meer of plan direct een strategiedag van Moor Communicatie in voor jouw projectteam.

Boek hier jouw gratis adviesgesprek

Meld je eenvoudig aan voor een digitaal adviesgesprek (30 min) via het contactformulier)

Terug naar het blogoverzicht.

Terug naar de homepage.