Wat vind jij van Poetin? De klimaatcrisis? Het vaccinatiebeleid? En zonnebrand? Het lijken slechts ‘random vragen’, maar we vuren ze constant op elkaar af. En op de meeste vragen hebben we direct een antwoord paraat. Zelfs als we er geen verstand van hebben. Volgens Elke Wiss (schrijfster van het boek ‘Socrates op sneakers’) zijn we zo gewend geraakt aan het snel zoeken en vinden van antwoorden, dat we zo niet alleen handelen bij huis-tuin-en-keuken-vragen, maar ook bij grote vragen.

 

“Dat kabinet hè,” dat heeft toch enorm gefaald. Klopt he-le-maal niks van dat stomme coronabeleid. Toch? Hoe kun je die regels nou verzinnen? En wat heeft het voor effect gehad?” “Eh,” zeg ik. Maar eigenlijk weet ik niet wat ik moet antwoorden. Het onderwerp is te groot en te complex, de inhoud te ingewikkeld, het resultaat te abstract. Ik weet gewoonweg niet wat ik van het kabinet vind. Of de coronacrisis. Of vaccins. Of ‘het effect van het beleid op de samenleving’.

Een teken van intelligentie
Een tijd vond ik dat vervelend. Dat ‘niet weten’. Want, zoals Wiss in haar boek terecht zegt, ‘je scoort meer punten met een sterke mening dan met een vraag’. We hebben onszelf wijsgemaakt dat een panklaar, zelfverzekerd antwoord het teken is van intelligentie. Iets niet weten, staat dan automatisch voor ‘dom’, ‘langzaam’ of nog erger… een twijfelaar! En dat terwijl we volgens Wiss moeten leren verdragen dat we ‘niet-weten’ wanneer het gaat om belangrijke meningsverschillen, oordeelsvorming of levenskeuzes. Niet elke situatie is plat te slaan, te vereenvoudigen of te bestempelen met ‘eens’ of ‘oneens’.

Goed of fout?
Ik weet nog dat ik in groep 8 samen met de klas de rockopera ‘Jesus Christ Superstar’ keek op TV. Na dit indrukwekkende schouwspel kwam ik thuis met de vraag: ‘Mam, die Judas hè. Was die nou slécht of goed?’ Ik snapte het niet. Was gewend aan ‘a’ of ‘b’, zwart of wit, ja of nee. Er bleek een hele wereld tussen te liggen.

Afbakenen en dichttimmeren
En toch proberen we in onze communicatie alles zo goed mogelijk dicht te timmeren, plat te slaan en af te bakenen. Ja of nee, zwart of wit, a of b. We gieten onze ijzersterke overtuigingen in een klinkende nieuwsbrief en presenteren die vol zelfvertrouwen aan onze doelgroep. Want, ‘wie zit er nu niet te wachten op een nieuw, snel administratiesysteem?’, ‘Wie wil de werkdruk op de vloer nu niet verlagen met techniek?’ en ‘Werken in de zorg is toch ontzettend leuk, wie wil dat nu niet?’

Nou… dat antwoord kun je wel raden 😉 En door die haast radicale visie en ijzersterke overtuigingen te presenteren als feit, roep je direct frustratie, argwaan en een tegengeluid op bij de ontvanger van de boodschap. Wanneer medewerkers niet te porren zijn voor een ontwikkeling (bijvoorbeeld een nieuw systeem of een andere werkwijze) vullen we als directie, beleidsmakers en managers vaak meteen in waar dit aan ligt: bijvoorbeeld een gebrek aan (digi)vaardigheden of ‘verandermoeheid’. In onze communicatie gaan we ‘pushen’ op de positieve aspecten van de verandering (want dan gaan ze vanzelf inzien dat deze verandering wél de moeite waard is). De oorzaak van die verandermoeheid gooien we direct op ‘een teveel aan (onnodige) veranderingen’. Maar misschien is dit wel helemaal niet de oorzaak. We gaan uit van wat we zien: vermoeidheid, overprikkeling, gemopper. En dat interpreteren we met onze eigen bril op.

De achterliggende oorzaak
Gaan we niet direct over op interpreteren maar vragen we door naar de werkelijke reden van de verandermoeheid? Dan levert dat vaak verrassende antwoorden op. Een medewerker die op ziet tegen verandering omdat het thuis al druk genoeg is, met de mantelzorg voor haar zieke ouders bijvoorbeeld. Of een medewerker die heel graag een studie wil gaan volgen om zich te specialiseren in haar vakgebied, maar hier minder tijd voor heeft wanneer ze zich eerst moet gaan verdiepen in een nieuw systeem. Of…

We durven niet goed door te vragen naar deze achterliggende redenen. Terwijl ze ons enorm kunnen helpen. Ontdek je de werkelijke beweegredenen van je medewerkers? Dan kun je daar zowel in je organisatie als in je communicatie heel veel baat bij hebben. Dat kost tijd, moeite en lef.

Hoe pak je dit aan?
Enkele tips:

  • Formuleer je visie krachtig, maar biedt de ontvanger ook ruimte voor twijfel en vragen. Presenteer jezelf (en jouw organisatie) niet als alwetende. Een sterk boegbeeld bij een zorgproject is prettig, maar het is even belangrijk dat dit boegbeeld menselijk is (en de waarheid dus niet in pacht heeft)

  • Verdiep je in de werkelijke beweegredenen en motivatie van je doelgroep

  • Sluit met jouw communicatieuitingen (brieven, mails, filmpjes, flyers, etc.) aan bij de belevingswereld van de doelgroep. Geef antwoord op vragen waarop je het antwoord weet, maar wees ook eerlijk als je het antwoord niet weet.

Hoe ga jij om met ‘niet-weten’? Is er in jouw organisatie ruimte voor twijfel? En hoe onderzoeken jullie de werkelijke beweegredenen van jullie medewerkers?

 

Denk jij nu…

…‘Hé, interessant onderwerp, daar wil ik mee over weten. Hoe kan ik dit toepassen in mijn project in de zorgsector?’ Boek dan een gratis adviessessie.

 

Tip:  Wil je meer lezen over dit (en andere zorggerelateerde) onderwerpen? Meld je dan hieronder aan voor mijn nieuwsbrief.

-->