Toen ik zwanger was kreeg ik bakken aan informatie mee naar huis. “Lees dit maar.” “Hier staan tips in”. “In dit boekje zie je wie je wanneer moet bellen”. Eerlijk is eerlijk: ik heb alle info verzameld, in een tasje gestopt en dat tasje vervolgens ver, ver in de kast opgeborgen. De tas heb ik niet meer voor de dag gehaald… Hoe dat kwam? Een overvloed aan informatie. Overweldigend. Ik voelde me overspoeld door de hoeveelheid informatie. En ik ben niet de enige. In veel (zorg)situaties is het goed afwegen van communicatie (zowel inhoud als hoeveelheid) cruciaal. 

Ziek zijn of overspannen, in verwachting of in afwachting (bijvoorbeeld op een nieuwe woonplek), herstellend of onherstelbaar beschadigd: het zijn allemaal ingrijpende gebeurtenissen. Tijden waarin emoties een hoofdrol spelen. Angst voor het onbekende, maar ook pijn, verdriet afgewisseld met opluchting en boosheid met geluk. Op die momenten heb je veel aan je hoofd.

Zoveel dat extra belasting al snel als ‘te veel’ voelt. Je hebt behoefte aan grip, aan uitleg en houvast, maar wilt niet overweldigd worden. Daarom is de juiste communicatie in dit soort situaties cruciaal. Veel organisaties willen zo veel mogelijk informatie over de bühne brengen. Want: ‘Wat als we niet volledig zijn?’ ‘Wat als een patiënt of cliënt met vragen blijft zitten?’

Hoe je hiermee omgaat? Wat je wel en niet communiceert? En hoe je dat aanpakt? Dat lees je volgende keer in Moor Breekt de Week!